Wanneer wordt een OPP opgesteld:
Voor leerlingen die voldoende hebben aan de basisondersteuning (niveau 1) of tijdelijke extra ondersteuning (niveau 2) is meestal geen OPP nodig. Heeft een leerling langdurig extra ondersteuning (niveau 3) of is maatwerk nodig om passend onderwijs te bieden? Dan stelt de school samen met ouders een OnderwijsPerspectiefPlan (OPP) op. Hierin staat welke ondersteuning de leerling krijgt, welke doelen worden nagestreefd en hoe de voortgang wordt gevolgd.
In de eerste zes weken na de start van het onderwijs moet er voor de volgende leerlingen een OPP opgesteld worden:
- Leerlingen in het Voortgezet Speciaal Onderwijs (VSO);
- leerlingen in het Praktijkonderwijs (PrO);
- leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte.
Aan een OPP zijn de volgende wettelijke verplichtingen verbonden:
Volgens de wettelijke eisen bevat een Ontwikkelingsperspectiefplan (OPP) minimaal:
-
Bevorderende en belemmerende factoren van de leerling, de school en de omgeving die van invloed zijn op de ontwikkeling van de leerling.
-
Het uitstroomprofiel: het verwachte vervolgperspectief van de leerling.
-
De onderbouwing van het uitstroomprofiel, gebaseerd op een integratief beeld van de leerling.
-
Het handelingsdeel, waarin de ondersteuningsdoelen, de ingezette ondersteuning en de afspraken over de begeleiding zijn beschreven.
-
De inbreng van de leerling (hoorrecht). Vanaf 1 augustus 2025 moet de school leerlingen met een OPP betrekken bij het opstellen, evalueren en bijstellen van het OPP.
- De betrokkenheid van ouders, waarbij ouders worden betrokken bij het opstellen en evalueren van het OPP en instemming geven op het handelingsdeel
Op de inhoud van het OPP heeft u als ouder/verzorger, samen met uw kind, inspraak. Minimaal eenmaal per jaar vindt er een evaluatie plaats met zowel ouder(s)/verzorger(s) als leerling. Het handelingsdeel van het OPP wordt steeds door alle betrokkenen ondertekend en ouder(s)/verzorger(s) hebben instemmingsrecht op dit onderdeel.